loading_img
 Zoektocht in Het Utrechts Archief levert bijzonder tijdsbeeld van jaren ’30 op
11/03/2022

Zoektocht in Het Utrechts Archief levert bijzonder tijdsbeeld van jaren ’30 op

  • Door 3000hits
  • |
  • 213 Keer bekeken

Frans Ferdinand van der Werf was een van de meest vooraanstaande fotografen van de stad Utrecht in zijn tijd. Als geen ander weet hij het juiste standpunt en het juiste moment te vinden om een bijzondere gebeurtenis vast te leggen. Hij heeft een gevoel voor drama, maar ook voor de hilariteit die een situatie kan oproepen, zoals de foto van de brandweerman die een paspop uit een brandend warenhuis redt. Victor Lansink en Nelleke Feenstra besloten er een boek over te maken. Lansink: “Voor iedereen die van Utrecht, geschiedenis of fotografie houdt, en als je op twee van die punten scoort, moet je het boek hebben.” Zoektocht in Het Utrechts Archief levert bijzonder tijdsbeeld van jaren ’30 op  Zoektocht in Het Utrechts Archief levert bijzonder tijdsbeeld van jaren ’30 op

Vier jaar geleden maakt Het Utrechts Archief een tentoonstelling over Van der Werf (1903-1984), een van de meest toonaangevende Utrechtse fotografen uit de jaren dertig. Lansink en Feenstra, destijds de samenstellers van de tentoonstelling, bedachten al snel: we moeten hier een boek van maken. Maar of daar behoefte aan was, wisten ze niet zeker. De expositie werd een groot succes en veel bezoekers vroegen zich af of er nog meer informatie te vinden zou zijn over deze bijzondere fotograaf. “Ik zag er al snel heil in en het idee voor een boek bleef sudderen. Toen ik het nog eens voorlegde bij uitgeverij WBOOKS ging het vrij gemakkelijk.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Frans Ferdinand van der Werf was als kunst-, portret- en nieuwsfotograaf actief in de jaren 1930-1960 en genoot in zijn tijd brede bekendheid in Utrecht. Zijn werk raakte echter in de vergetelheid na zijn verhuizing uit Utrecht in 1962.

Herontdekken

Lansink werkt bij Het Utrechts Archief en vond in 2010 de archieven van Van der Werf. In de jaren zestig was zijn materiaal al aangekocht, maar verdween het in een van de vele ladekasten van het archief. Klopt het romantische beeld van een archivaris die tijdens een zoektocht in de archieven pareltjes vindt waarmee dan een tentoonstelling wordt gemaakt? Lansink lacht: “Ja, dat is wel hoe het gaat inderdaad. Ik ging met het materiaal aan de gang om het te omschrijven en goed te archiveren. Toen hebben we het herontdekt en kwam het idee op voor de tentoonstelling. Daar was al snel veel enthousiasme over.”

Hij vroeg zijn vrouw, Nelleke Feenstra, om te helpen bij de tentoonstelling. Zij had al vaker goede ideeën aangedragen voor publieksactiviteiten en ook geholpen bij de samenstelling van diverse beeldagenda’s. Toen ook het boek er leek te komen vroeg hij haar om ook dat samen te stellen. “Een boek maken is een groot kill your darlings-traject. Je moet scherpe keuzes maken: wat er wel of niet in moet komen. Die keuzes heb ik vooral bij mijn vrouw neergelegd”, vertelt Lansink. Dan met een glimlach: “Soms dacht ik wel dat er nog een foto echt in moest en dat leverde nog wel eens discussies op natuurlijk.” Uiteindelijk heeft Feenstra de beeldkeuze, thema-indeling en beeldvolgorde gedaan en Lansink de research en de teksten.

Het stel heeft het boek op persoonlijke titel gemaakt. “Zij wist natuurlijk wel waar ik mee bezig was en ze wilde daar graag aan meedoen. Zij kijkt er ook frisser en meer onbevangen naar, want ik heb soms ook wel last van beroepsdeformatie. We kijken als archivaris soms ook te technisch, terwijl zij meer de blik van een kijker heeft. Bovendien is zij van opleiding cultureel werker en goed in staat om doelgroepgericht te denken.”

 Zoektocht in Het Utrechts Archief levert bijzonder tijdsbeeld van jaren ’30 op

Eenheid

Het fotoboek is een eenheid van een periode geworden. Van der Werf begon in 1929 beroepsmatig te fotograferen. In die periode kwam de kunstfotografie op en maakte hij mooie sfeervolle beelden van de stad. “Het geeft een mooi tijdsbeeld in een stilistische eenheid. Het is ook heel divers materiaal, want het was geen fotograaf die maar één kunstje kon. Het geeft een brede kijk op de stad Utrecht. Ook qua onderwerpen is het heel breed.” Van der Werf was ook portretfotograaf en had een studio aan de Kromme Nieuwegracht, Camera Obscura.

“In Utrecht waren niet veel andere fotografen die deze periode zo mooi in beeld hebben gebracht. De kwaliteit van het werk was ook een stuk beter dan bij andere fotografen”, vertelt Lansink. “In zijn veelzijdigheid is het een van de meest interessante fotografen van zijn periode. Daarnaast was Van der Werf altijd op zoek naar karakteristieke types, die hij tijdens hun dagelijkse werkzaamheden vastlegde, zoals de baggeraars van de Utrechtse grachten en de orgelman in de Sterrenwijk.” Ook hoogwaardigheidsbekleders, beroemdheden en leden van de koninklijke familie verschenen regelmatig voor zijn lens. Van der Werf is later vooral bekend geworden door zijn stadsgezichten: het berijpte Singelplantsoen, de Oudegracht in tegenlicht, de kaartspelende mannetjes in het Julianapark. Het is volgens de makers van het boek Utrecht op zijn mooist.

Nieuwsfotograaf

Van der Werf begon als kunst- en portretfotograaf, maar na de oorlog verschoof de functie van de fotografie en veranderde hij mee richting de nieuwsfotografie. “De oorlogsperiode was een moeilijke periode voor fotografen. Zij hadden last van censuur door de bezetter en je ziet dat veel fotografen werk doen waar ze later spijt van kregen”, legt Lansink uit. “Bij Van der Werf was dat ook zo. Hij heeft werk gedaan voor de nationaalsocialistische Nederlandse Arbeidsdienst. Daar heeft hij allemaal propagandafoto’s voor gemaakt. Verder heeft hij niet veel geproduceerd in de oorlog, of is het niet bekend wat hij heeft gemaakt. Dat kan natuurlijk ook. Wat wel opvalt is dat hij op de eerste dag van de bevrijding wel weer vooraan stond om foto’s te maken.”

Na de oorlog was er minder ruimte voor kunstfotografie. Het leverde naar alle waarschijnlijkheid niet genoeg geld op. Van der Werf legt zich daarom toe op persfotografie. Hij is lange tijd de eerste fotograaf van het Utrechts Nieuwsblad (UN). ”Hij heeft hard gewerkt in die periode, want een gemiddelde UN uit die periode heeft vaak wel vier foto’s van Van der Werf. Het gaat ten koste van de kwaliteit. De zoveelste jubilaris die afscheid neemt of het doorknippen van lintjes zijn niet de meest interessante beelden. Wel maakte hij tussendoor nog interessante beelden.”

Al met al hebben Lansink en Feenstra de hele zomer aan het boek kunnen werken. “In de snikhete zomer van 2019”, zegt hij met een knipoog. “Zaten we dat samen in onze vrije tijd te maken, maar het is wel echt een heel bijzonder boek geworden. Een fotoboek als deze is er nog niet. In veel aspecten is het uniek. Het zijn echt parels uit het archief.”

Een greep uit het boek

“Het warenhuis Galeries Modernes op de hoek van de Oudegracht en de Lange Viestraat brandt op maandagochtend 13 maart 1939 tot de grond toe af. Binnen een mum van tijd staat het hele warenhuis van onder tot boven in brand. Het mag een wonder heten dat publiek en personeel het complex ongedeerd hebben kunnen verlaten. De wassen paspoppen in de etalages hebben minder geluk: ze smelten tot vormeloze hompen nog voor de vlammen ze kunnen bereiken. Maar minstens één paspop wordt toch nog gered, blijkt uit de foto.” Het pand tegenwoordig bekend als De Planeet wordt inmiddels weer gerenoveerd en krijgt een naam verwijzend naar het oorspronkelijke pand: House Modernes.

“Met vereende krachten duwt het personeel van gemeentewerken, onder leiding van opzichter W. Stooker van de afdeling monumentenzorg, op 30 mei 1952 de zware, roodstenen sarcofaag van bisschop Bernulfus over het Pieterskerkhof. De kist van de bisschop, die in 1054 overleed en als de stichter van de Pieterskerk wordt gezien, wordt verplaatst van het koor van de kerk naar een ereplaats in de crypte en moet daarbij kennelijk buitenom. Tijdens opgraving van de kist trof men er een houten kistje in aan met slechts wat schamele botresten. Mogelijk is de rest van de bisschop als relieken verspreid geraakt.”

“Een fruitverkoopster met haar handkar op de Oudegracht, omstreeks 1930. Op diverse plaatsen in de stad, zoals op het Vredenburg en op de Mariaplaats, zijn straatventers te vinden die hun waren, meestal groenten en fruit, aan de mens proberen te brengen.”

“In 1956 geeft de beroemde revuester Josephine Baker tijdens haar afscheidstournee een aantal voorstellingen in het Amsterdamse Carré. Zij is ook te gast bij de Amsterdam Fashion Week in de Linnaeushof bij Bennebroek, waar haar de eer te beurt valt dat er een tulp naar haar vernoemd wordt. Er is een modeshow met diverse japonnen en met name de Ombre Noir van Jolo Couture uit Utrecht valt bij de wereldster in de smaak. Josephine bestelt er spontaan één en op dinsdag 15 mei 1956 brengt zij daarom een bliksembezoek aan de winkel van Jolo Couture aan de Nieuwegracht om de japon van zwart fluweel te passen. Van der Werf maakt in de winkel van Jolo een portret van Josephine in de nieuwe jurk die zij nog diezelfde avond draagt, tijdens haar allerlaatste concert in Amsterdam.”