loading_img
Julianazusters Heiloo 100 jaar: de ’voltooiing’ van de Juliaantjes | Noordhollands Dagblad
19/04/2022

Julianazusters Heiloo 100 jaar: de ’voltooiing’ van de Juliaantjes | Noordhollands Dagblad

  • Door 3000hits
  • |
  • 159 Keer bekeken

„In 1958 ben ik ingetreden”, vertelt zuster Mariëtta. „Ik zag een advertentie waarin stond dat de Juliaantjes mensen zochten om bij gezinnen te werken. Dat leek me wel leuk. Ik was een van de jongste Juliaantjes, met een andere zuster, maar die is vrij snel weer uitgetreden. We deden vooral werk in de gezinszorg en de kraamverzorging. Daar moet je feeling voor hebben.”

Maar eerst ging Mariëtta, die uit Rotterdam kwam, naar het moedergebouw in Heiloo. „Je moest veel dingen leren, kijken of je het leuk vond, en vanuit de congregatie werd ook gekeken of je wel geschikt was. Dit werk ligt niet iedereen. Na twee jaar werd je dan ’uitgaande zuster’. Pas na vijf en een half jaar werd je definitief opgenomen. Dan legde je de eeuwige gelofte af.”

„Wat mij aansprak was juist, dat je naar de gezinnen toe ging om te werken. Maar één of twee zusters bleven in het klooster om het eten te verzorgen voor de andere zusters en de huishouding te doen. De moeder-overste had geen vaste gezinnen, maar bezocht wel regelmatig huishoudens. Je kwam meestal terecht in gezinnen waar een bevalling was geweest, of waar de moeder ziek of overspannen was zodat ze niet goed voor het gezin kon zorgen. Ik kom zelf uit een groot gezin en vind het hartstikke leuk werk.”

Arbeiderswijken

Zuster Mariëtta kwam terecht in Hilversum.

Julianazusters Heiloo 100 jaar: de ’voltooiing’ van de Juliaantjes | Noordhollands Dagblad

,,Ik werkte vooral in de arbeiderswijken ’over het spoor’. Aan de andere kant stonden grote villa’s. In de beginjaren van de orde gingen de Juliaatjes nog bedelend langs de deur om geld op te halen voor het levensonderhoud. We waren afhankelijk van wat mensen konden missen. En in mijn eerste jaren nam je nog brood mee voor het middageten en ’s avonds at je niet bij de mensen. Dat konden ze niet betalen. Soms gaven ze wat groenten mee omdat ze die ergens op een landje verbouwden.”

Na een paar jaar werd de orde benaderd door de stichting Het wit-gele kruis om voor hen gezinsverzorgend werk te gaan doen. ,,Toen werd het betaald werk. Dat was prettig, maar het schiep ook verplichtingen. We konden maar moeilijk vrij krijgen voor bijvoorbeeld dagen op het klooster. Daar hadden verschillende zusters erg veel moeite mee.”

Ze heeft het werk in die bijna zestig jaar behoorlijk zien veranderen. „Bij de meeste gezinnen kwam er in mijn eerste jaren een wasmachine. In het begin ging alles met de hand: koken, twee keer spoelen en dan buiten ophangen. Vaak moesten we die machine in het begin in het lavet zetten.” Een grote overgang vond Mariëtta ook, dat ze in burgerkleding ging werken in plaats van in habijt. Het maakte de Juliaantjes toegankelijker voor de gezinnen.

Vitaal

Zuster Mariëtta zit zeer vitaal in het leven, met pretoogjes soms, als ze over haar werk praat. Ze is altijd in Hilversum blijven werken en doet dat zelfs ook nu nog, zij het niet meer de hele week. „Twee a drie dagen ben ik hier vanwege het besturen van de congregatie.”

’Hier’, dat is een ruim appartement in Limmen, dat fungeert als bestuurscentrum sinds de Juliaantjes in 2006 het klooster aan de Hoogeweg verlieten. De zusters die niet zelfstandig konden wonen, gingen naar verzorgingstehuis De Cameren in Limmen. „Vroeger hadden we daar een hele vleugel. Nu zijn er nog maar twee.”

In totaal zijn nog maar een handjevol zusters in leven. „Ze hebben hun hele leven hard gewerkt”, zegt Harry Beuk, parttime directeur van de congregatie. „Nu hebben wij de plicht er voor te zorgen dat ze zelf goed verzorgd worden.”

De administratie in Limmen geeft pastorale zorg, maar helpt ook in stoffelijke zaken. „De zusters moeten ook wel eens naar de tandarts of de dokter, willen een nieuwe jurk of een paar schoenen. We zorgen er voor dat het voor de zusters goed leefbaar blijft.”

„Met hulp van veel vrijwilligers”, zegt Mariëtta. „We proberen elke maand iets te doen. Zoals een jubilarissendag of naar de Hortus Bulborum. Dan heb je eigenlijk op elke zuster een begeleider nodig.”

De laatste jaren is het bureau, zoals Beuk het formuleert, bezig met ’het voltooien van de congregatie’. „De Julianazusters zijn als kloosterling in de congregatie begonnen en hebben hier hun hele leven doorgebracht. We willen het ook graag op die manier voltooien.”

deel